In oktober 2018 is er een start gemaakt met een praktijkproef m.b.t. toevoegmiddelen in mestkelders. De proef is bedoeld om ervaringen op te doen met het gebruik van toevoegmiddelen om zo de kwaliteit van de mest te verbeteren, minder kunstmest aan te hoeven voeren en minder ammoniakemissies te realiseren.
Het doel? Kringlopen sluiten!

Steeds meer melkveehouders laten zich informeren over de kringlopen van mineralen en nutriënten in de bodem en de mest. Tijdens één van de bodemcursussen van Theo Mulder (Mulder agro BV) kwam Dick Zeinstra, melkveehouder te Noordbergum, met de volgende vraag; “Wat moet ik doen om het bodemleven te verbeteren?” Het antwoord van Theo Mulder was: “Boeren moeten met de kwaliteit van drijfmest aan de slag. Het ligt te rotten in de mestkelder.
Doe daar wat mee!” Er zijn diverse producten op de markt waarmee de drijfmest kan worden behandeld om te komen tot een rijpend product. Rijpende drijfmest kent vele voordelen ten opzichte van rottende mest; belangrijkste voordeel is dat ammoniakvorming wordt geminimaliseerd waardoor stikstof in de drijfmest behouden blijft en door de bodem kan worden benut. Door de drijfmest op te waarderen met een mestverbeteraar kunnen aanzienlijke voordelen worden behaald op economisch en ecologisch terrein. Zo kan dezelfde drijfmest op termijn een deel van de kunstmest vervangen en kan de ammoniakuitstoot bij de bron al worden gereduceerd. Afdeling VALD en Wâld en Finnen zijn twee voormalige agrarische natuurverenigingen die na een fusie met de vereniging Noardlike Fryske Wâlden (NFW) nu als afdelingen van de NFW functioneren. Deze twee afdelingen bekostigen het project dat inhoudelijk door Mulder agro, Rinagro en Noardlike Fryske Wâlden is vormgegeven.
Mulder agro heeft een student ingezet om de proef tot uitvoering te brengen. Er zijn 22 melkveehouders vanuit de afdelingen VALD en Wâld en Finnen die meedoen met dit onderzoek. Mestkelders van deze melkveehouders worden van oktober 2018 tot februari 2019 behandeld met de producten Pro-mest of Agrimestmix. Door voorafgaand aan het onderzoek, halverwege en aan het einde van de stalperiode monsters te nemen van de drijfmest kan worden nagegaan welke trends terug zijn te vinden binnen de drijfmestkwaliteit. Ook zal er sterke waarde worden gehecht aan visuele waarnemingen van de melkveehouders. Op één locatie wordt gebruik gemaakt van een onbehandelde kelder ter controle. Met een vijftal duizend liter vaten wordt de proef ook op kleine schaal uitgevoerd, maar dan met minder factoren die invloed uit oefenen op de nutriëntenwaarden.Handmatig wordt hier wekelijks drijfmest toegevoegd om de realiteit zo goed mogelijk na te bootsten. Wilt u meer informatie over deze praktijkproef dan kunt u contact opnemen met contactpersoon Jelle Pilat van de vereniging Noardlike Fryske Wâlden  – Tel.nr. 0511 745 200.

Bron: “De Lauwers” dec. 2018